De 30e juni 1828 leveren de orgelmakers Luitjen Jacob en Jacob van Dam op verzoek van een speciaal daartoe ingestelde orgelcommissie een tweetal bestekken voor de bouw van een nieuw orgel in de Galileërkerk te Leeuwarden. Het eerste bestek bevat de volgende dispositie:

Bestek 1

Onderklavier (hoofdwerk)

  1. Prestant 8 voet
  2. Bourdon 16 voet
  3. Prestant Disc.16 voet
  4. Holpijp 8 voet
  5. Octaaf 4 voet
  6. Quint prest 3 voet
  7. Octaaf 2 voet
  8. Mixtuur 2 voet 4-5 en 6 sterk
  9. Cornet Disc. 4 a 5 sterk
  10. Trompet 8 voet

Bovenklavier: (bovenwerk)

  1. Prestant 4 voet
  2. Fluit Dolce 8 voet op klein g gehalveerd
  3. Viool de Gambe 8 voet Disc: Beginnende op klein g
  4. Fluit d’ Amour 4 voet
  5. Woudfluit 2 voet
  6. Sifflet 1 voet
  7. Carillon Disc 2 sterk
  8. Dulciaan 8 voet

Voetklavier

  1. Prestant 1 6 voet
  2. Bourdon 16 voet
  3. Octaaf 8 voet
  4. Gedekte Quint 6 voet
  5. Octaaf 4 voet
  6. Bazuin 16 voet
  7. Trompet 8 voet
  8. Trompet 4 voet
  9. Clarinet 2 voet

Voor elk klavier zal er een afzonderlijke windafsluiting zijn, voor het bovenwerk een Tremblant, en in het Hoofdwerk een windoplossing.

Het tweede bestek mist de beide Prestanten 16', de Hoofdwerk-Bourdon en de Pedaal-tongwerken 4' en 2'; de Gedekt Quint wordt een Gedekt 8', het Carillon een Nazart. Beide ontwerpen gaan uit van een tweeklaviersorgel met Bovenwerk, geplaatst in één kas.

-naar boven-

Bestek 2

Onderklavier (hoofdwerk)

  1. Prestant 8 voet
  2. Holpijp 8 voet
  3. Octaaf 4 voet
  4. Quint prest 3 voet
  5. Octaaf 2 voet
  6. Mixtuur 2 voet 4-5 en 6 sterk
  7. Cornet Disc. 4 a 5 sterk
  8. Trompet 8 voet

Bovenklavier: (bovenwerk)

  1. Prestant 4 voet
  2. Fluit Dolce 8 voet op klein g gehalveerd
  3. Viool de Gambe 8 voet Disc: Beginnende op klein g
  4. Fluit d' Amour 4 voet
  5. Woudfluit 2 voet
  6. Sifflet 1 voet
  7. Nazart 3 voet
  8. Dulciaan 8 voet

Voetklavier

  1. Bourdon 16 voet
  2. Octaaf 8 voet
  3. Gedekte 8 voet
  4. Octaaf 4 voet
  5. Bazuin 16 voet
  6. Trompet 8 voet

De prijzen voor genoemde ontwerpen bedragen respectievelijk ƒ 16.000,- en ƒ 13.000,- De kerkvoogden zijn nogal geschrokken van deze prijzen, die de gebroeders Van Dam desgevraagd niet wensen te verlagen. Vervolgens worden dan ook de Heren N.J.Dirks en C. Walker afgevaardigd om in Zwolle informatie in te winnen omtrent enige zojuist door de orgelmaker Scheuer voltooide instrumenten. Beide heren zijn onder de indruk van het werk van Scheuer en met name van diens prijzen. De Kerkvoogden vragen Scheuer om prijsopgave voor de bouw van een orgel volgens het tweede bestek van Van Dam; Scheuer vraagt ƒ 7400,-; indien het tweede manuaal wordt uitgevoerd als Rugwerk ƒ 7700,- en met een Bourdon 16' op het Hoofdwerk ƒ 8000,-. De Kerkvoogden nemen de door Scheuer voorgestelde wijzigingen over. Om hun stad- en geloofsgenoten niet zomaar te passeren verzoeken ze de gebroeders Van Dam echter het werk uit te voeren voor ƒ 500,- meer dan Scheuer vraagt. De Leeuwarder orgelmakers berekenen de kosten nu op ƒ 10.565,- maar bieden in november 1829 desondanks aan het orgel te bouwen tegen de door de kerkvoogden geboden prijs. De Van Dams zijn weinig gelukkig met het besluit het door hen geprojecteerde Bovenwerk als Rugwerk uit te voeren; in juli 1830 stellen zij dan ook voor het orgel voor ƒ 775,- alsnog van een klein Bovenwerk te voorzien. De kerkvoogden bieden slechts ƒ 400,-. Aangezien de orgelmakers reeds een deel van dit Bovenwerk gereed hebben gaan zij akkoord met dit bedrag, 'hopende dat er, wanneer alles voldoende bevonden was, nog iets bij de ƒ 400,- zou worden gevoegd'. Het Bovenwerk zal volgens toegevoegd bestek de volgende stemmen verkrijgen:

Toegevoegd bovenwerk

  1. Fluit dolce 8 voet
  2. Viool de gambe 8 voet, sprekende voor het 1½ octaaf in de bas, de Fluit dolce 8 voet
  3. Vioola 4 voet
  4. Speelfluit 4 voet
  5. Dulciaan 8 voet (en een windafsluiting en Tremblement)

Op het Rugwerk vinden we nu een 'Prestant discant 8 voet voor Viool de Gambe', een 'Octaaf 2 voet voor Woudfluit 2 voet ', een 'Tertiaan uit 2 voet voor Flageolet 1 voet ' en een 'Carillon discant begin op klein g voor Dulciaan 8 voet'. Aangezien het Rugwerk nu als eerste manuaal wordt uitgevoerd, wordt de manuaalkoppel uitgevoerd als drukkoppel Hoofdwerk-Rugwerk.

De bouw van het orgel loopt nogal vertraging op. Hoewel Van Dam rekent in september 1831 gereed te zijn, wordt het orgel eerst 26 april 1832 met een rede van Ds. L. Valk in gebruik genomen, na door de Zwolse organist S.A. Hempenius te zijn gekeurd. Tijdens de bouw is de dispositie nog enigszins gewijzigd: het Rugwerk wordt voorzien van een doorlopende Prestant 8'; de Tertiaan van dit werk komt te vervallen; de Hoofdwerk-Cornet wordt als 3 sterk uitgevoerd. Bij de oplevering van het orgel zijn de in Antwerpen bestelde bekronende beelden 'ten gevolge der Belgische onlusten' nog niet aanwezig.

In 1854 wordt op verzoek van de organist J. van Temmen de drukkoppeling vervangen door een trekkoppel Rugwerk-Hoofdwerk. Op diens verzoek om een groter Bovenwerk, verwisseling van Carillon en Cornet en uitbreiding van het Rugwerk met een Fagot of Trompet wordt op advies van L. Proes, die een uitvoerig historisch rapport opstelt, niet ingegaan. Bij werkzaamheden door de firma L. van Dam & Zn. in 1896 wordt het orgel voorzien van een pedaalkoppel en een koppeling Hoofdwerk-Bovenwerk. De Dulciaan verhuist naar het Rugwerk; het Bovenwerk krijgt een labiale Aeoline 8'. In 1927 voorziet de firma Bakker en Timmenga het Bovenwerk van een crescendokast. In 1939 wordt het orgel door laatstgenoemde firma gedemonteerd in verband met afbraak van de Middeleeuwse Galileërkerk. Na de tweede wereldoorlog wordt afgezien van een nieuwe kerk te bouwen binnen het stadscentrum, maar word gekozen voor een nieuwbouwwijk. Men besluit om het orgel niet te herplaatsen maar wordt geschonken aan de Hervormde Gemeente te Doesburg, die het weer afstaat voor de in restauratie zijnde Grote kerk van Tholen.

-naar boven-

Van Friesland naar Zeeland

Tijdens de kerkrestauratie in de jaren vijftig, waarbij het transept weer bij de kerkruimte wordt betrokken, verkoopt de Hervormde Gemeente van Tholen haar uit 1900 stammende tweeklaviersorgel van de hand van de Amsterdamse Ypma-leerling Johannes Hilboesen aan de Oud-Katholieke Laurentiuskerk te Rotterdam-Blijdorp. (Nu staat dit instrument in sterk gewijzigde vorm in de Christelijk Gereformeerde kerk van Groningen-Centrum.)

In Tholen koopt men in 1951 door bemiddeling van de Rijksdienst voor Monumentenzorg een historisch drieklaviers orgel van de Hervormde Gemeente te Doesburg, die dit instrument na de verwoesting van haar Van Gelder-orgel (1829) op haar beurt weer geschonken heeft gekregen van de Hervormde Gemeente te Leeuwarden. Het orgel werd hier niet opgebouwd omdat restauratie van de door oorlog verwoeste kerk te lang op zich liet wachten. Later is hier het bekende Walcker orgel geplaatst. 

Bij de herbouw van het orgel in 1955 door de firma J.C. Sanders vervallen de vier oude spaanbalgen, worden de Viool de Gambe en Vioola omgewerkt tot Prestant 4' en Quint 1½', wordt de Aeoline vervangen door een Regaal en het Rugwerk uitgebreid met een Scherp 3-4 sterk. Ook wordt bij de tongwerken een groot deel van de tongen en de belering vervangen. Dit alles gebeurde na de mode van die tijd, het aanpassen naar Neo barokke stijl.

-naar boven-

Verkorte tekstversie van de "Orde van de dienst" ter gelegenheid van de ingebruikneming van het ORGEL in de NED. HERV. KERK te THOLEN, op Woensdag 21 September 1955, des avonds 7.30 uur.

  1. Votum en groet.
  2. Zingen Psalm 33 : 2.
  3. Geloofsbelijdenis.
  4. Zingen Psalm 105 : 1.
  5. Schriftlezing Psalm 150.
  6. Gebed.
  7. Psalm 98 : 3.
  8. Inleidend woord door de Pres. Kerkvoogd, met overdracht van het Orgel aan de Kerkeraad ten gebruike bij de Eredienst.
  9. Ingebruikneming van het nieuwe Orgel, door de organiste, waarbij de gemeente zingt Psalm 150 : 1, 2 en 3.
  10. Prediking door Ds. B. G. A. v. d. WIEL, over Psalm 150.
  11. Zingen Psalm 146 : 1 en 8. Tijdens dit zingen zal één collecte worden gehouden, ten bate van het Orgelfonds en ter bestrijding van de onkosten van deze avond.
  12. De Organiste Mej. Maddy v. d. Velde speelt op het Orgel Choral met 8 Partiten ,,Was Gott tut das ist wohlgetan" van Joh. Pachelbel.
  13. Orgelbespeling door GEORGE STAM, uit Utrecht:
      1. Psalmimprovisatie, G. Stam.
      2. Toccata en Fuga in d, Joh. Seb. Bach.
      3. Sonate over het Gebed des Heeren, F. Mendelssohn.
      4. Improvisatie Geestelijk lied, G. Stam.
  14. Toespraken door afgevaardigden.
  15. Dankwoord door de consulent, Ds. D. J. VAN DIJK.
  16. Dankgebed, Ds. v. d. Wiel.
  17. Zingen Psalm 72 ; 11.
  18. Zegen.

Restauratie 1992

In 1992/93 ondergaat het orgel onder advies van Jan Jongepier een grondige restauratie door orgelmaker S.F. Blank uit Herwijnen. Bij deze gelegenheid wordt het orgel weer voorzien van een tweetal spaanbalgen, verhuist de Dulciaan weer naar het Bovenwerk, worden de strijkers van dit manuaal in ere hersteld en wordt het Rugwerk voorzien van een Sifflet en Trompet in Van-Dam-factuur, in plaats van Scherp en Dulciaan. Tevens word de bovenwerk-tremblant gangbaar gemaakt, een nieuwe inliggende tremblant wordt op het rugwerk geplaatst. De koppelingen blijven gehandhaafd in de toestand 1854/1896. In 2004 wordt een opliggende tremblant voor het totale orgel toegevoegd door Orgelmaker Henk van Eeken.

-naar boven-

De complexe bouwgeschiedenis laat zien dat het Tholense orgel niet zonder meer tot stand is gekomen. De gebroeders Van Dam hebben zich duidelijk neer moeten leggen bij een aantal beslissingen die op zijn zachtst gezegd niet hun voorkeur hadden. De keuze voor een drieklaviers opzet is hier duidelijk uit nood geboren, in feite is het instrument een tweeklaviersconcept waarvan het tweede manuaal over twee werken is verdeeld. Volgens een schrijven van 7 mei 1854 van de hand L. Proes, die blijkens zijn commentaar op voorstellen van de toenmalige organist tot wijzigingen een gezonde kennis van zaken had, mag men stellen 'dat men een volledig hoofdmanuaal verkregen heeft; ook het pedaal is zeer voldoende. Het rugwerk nogtans kan, ofschoon er een tongwerk op ontbreekt, niet als 'zeer onvolledig' worden aangemerkt. Maar het bovenwerk is hoogst onbeduidend en gebrekkig.' 'De eindelijke uitkomst is geweest, dat het orgel in de Galileërkerk, geacht moet worden, als een goed georganiseerd geheel beschouwd, te zijn mislukt.' Proes is voorstander van een geheel nieuw, groter Bovenwerk, waarvan 'het geluid, wel van genoegzame sterkte, maar aangenaam en liefelijk uit de hoogte en verte komt.' Het bestaande Bovenwerk acht hij 'hoogstbekrompen, onbeduidend en beneden de waardigheid van een stadskerkorgel'. J.H. Kluiver is in 1976 in feite nog dezelfde mening toegedaan. Bij de laatste restauratie was het uitgangspunt het orgel technisch in orde maken en de historisch gegroeide toestand te handhaven, met uitzondering van de wijzigingen in 1955 en met toevoeging van een Sifflet en Trompet op het Rugwerk. Daarmee vormt het orgel in Tholen één van de weinige drieklaviers-orgels in het oeuvre van Van-Dam en het laatste orgel van de tweede generatie met een Rugwerk. Het Rugwerkfront, met zijn gedeelde middenveld enigszins verwant aan het beroemde Silbermann-orgel te Freiberg, vormt daarbij de basis voor een door de derde generatie, maar ook door Bakker en Timmenga veelvuldig toegepast fronttype.

Verkorte tekstversie van het programma bij de heringebruikneming na de restauratie van het Van Dam orgel in de Nederlands Hervormde Kerk te Tholen op vrijdag 19 februari 1993.

  • Voorspel: koraalbewerking Psalm 122
  • Woord van welkom: Pres. Kerkvoogd dhr. L. van Dijke
  • Zingen: Psalm 135: vers 8, 11 en 12
  • Gebed: Weleerwaarde heer Ds. J. van Dijk
  • Schriftlezing: Psalm 100
  • Meditatie
  • Zingen: Psalm 100 vers 1 en 3
  • Toespraken:
    • Burgemeester H.A. v. d. Munnik
    • Orgeladviseur J. Jongepier
    • Orgelbouwer- en restaurateur S.F. Blank
  • Dankwoord: Pres. Kerkvoogd Dhr. L. van Dijke 
  • Collecte
  • Zingen: Psalm 92: vers 2 en 3
  • Orgelconcert: gegeven door orgeladviseur J. Jongepier

1. Cor Kee (1900):

    • Toccata over Psalm 33  

2. Charles Wesley (1757-1834):

    • Concerto, (2nd set no. 1,1776)
      • Maestoso
      • Allegro Moderato
      • Andante Pastorale
    • Allegro 

3. Joh. Seb. Bach (1685-1750):

    • koraalvoorspel
    • Nun danket alle Gott
    • BWV657

4. Gustav Merkel (1827-1885):

      • Sonate II op. 42
        • Maestoso
        • Adagio
        • Introduktion und Fuge

5. Improvisatie over Psalm 150 waarna aansluitend samenzang vers 1, 2 en 3

  • Dankwoord en -gebed: Pres. kerkvoogd Dhr. L. van Dijke
  • Zingen: Dankt, dankt nu allen God!

-naar boven-

Dispositie thans:

Hoofdwerk

  1. Bourdon 16'
  2. Prestant 8'
  3. Holpijp 8'
  4. Octaaf 4'
  5. Octaaf 2'
  6. Quint3'
  7. Cornet 3 St . (disc.)
  8. Mixtuur 4- 6 St .
  9. Trompet 8'
Rugwerk
  1. Prestant 8'
  2. Holpijp 8'
  3. Octaaf 4'
  4. Fluit d' amour 4'
  5. Octaaf 2'
  6. Nasard 3'
  7. Siflet 1'
  8. Carillon 2 st . (disc.)
  9. Trompet 8'
Bovenwerk
  1. Fluit dolce 8'
  2. Viola di Gamba 8'
  3. Viola 4'
  4. Speelfluit 2'
  5. Dulciaan 8'
Pedaal
  1. Subbas 16'
  2. Prestant 8'
  3. Gedekt 8'
  4. Octaaf 4'
  5. Bazuin 16'
  6. Trompet 8'
Speelhulpen
Koppeling: Hoofdwerk - Bovenwerk
 Rugwerk - Hoofdwerk
 Pedaal - Rugwerk
Tremblant: Rugwerk
Bovenwerk
Totaal orgel
 
 
Literatuur:

B. van Buitenen; De orgelvriend april 1997

A. Fahner; Een rijtuigtocht naar Zwolle; De Mixtuur no 24, februari 1978

Gemeentearchief Leeuwarden, archief Hervormde Gemeente, Inv. 1659

J.H. Kluiver; Historische Orgels in Zeeland III; 

Jan Jongepier , Restauratierapport Tholen. ;Aanvulling op het restauratierapport; 1993

idem; Achter het Friese orgelfront; Leeuwarden, 1981

Programma ingebruikname Tholen

-naar boven-

Aanvullende gegevens